Andere Merken:Er waren tal van andere merken, voor de een onbekend en voor de ander zeer bekend:
BTS(BCN/B-format):
BTS is een afkorting van Broadcast television Systems en is een onderdeel van het duitse Bosch concern wat een samenwerkingsverband met Philips was aangegaan. BTS is nu een onderdeel van Thomson. BTS produceerde alleen professionele apparatuur die erg hoog stond aangeschreven. Ook het NOB heeft gebruik gemaakt van BTS producten, van 1977 - 1993. Veel programma's die je nu weer ziet opduiken zijn dus gekopieerd van een BCN band.
Het gebruik techniek en achtergrond:
BCN maakt gebruik van een 1" band waarbij de emulsie aan de buitenkant zit. Bij C-formaat, de tegenhanger van BCN, was dit andersom.
De bandsnelheid van een BCN bedraagt 24 cm/sec. Het beeld wordt gesegmenteerd opgenomen. In de praktijk houdt dit in dat de videokop 52 beeldlijnen per omwenteling aanbrengt en afleest op de brede band. Voor 312 beeldlijnen, een half beeld (interlaced), heeft de kop dus 6 omwentelingen nodig (6 x 52 = 312). Voor NTSC zijn dat er dus 5.
Omdat de machine gesegmenteerd werkt is het niet mogelijk een stilstaand plaatje te genereren zonder extra hulpmiddelen. Speciaal hiervoor is was er een slo-mo unit leverbaar. deze unit spoelde een klein stuke terug en sloeg de benodigde beeldlijen op in geheugen. Daarna speolde hij een stukje vooruit, las de band, en combineerde de beeldlijnen tot één frame. Met deze truuk was het ook mogelijk om een slow-motion beeld te zien. Een standaar BCN is niet met deze optie uitgerust.
De scannerunit, de motor met drum upperdrum en koppenschijf, draait 9000 toeren per minuut. Een consumentenmachine 1500 toeren per minuut.
De C-format, de tegenhanger van BCN, had een snelheid van 3000 toeren per minuut. C-formaat schrijft een heel beeld op een 1 inch band en dus niet gesegmenteerd zoals de BCN.
Op de scanner zijn 2 uren meters aangebracht.
Een BCN heeft 3 geluidskanalen waarvan er 2 worden verwerkt middles Dolby A. Later is dit het Telcom systeem geworden omdat dat een betere kwaliteit gaf t.o.v. Dolby A. Het derde kanaal was besteld voor tijdcode of voor commentaar van de regiseur.
Ondanks de grote banden, de snelle rotatie van de videoschijf is de BCN zeer snel gereed voor gebruik! Het inlussen is niet lastig. Dit is bij een c-formaat wel anders.
De BCN is de laatste analoge machine die voldeed aan de EBU normering. De latere machines waren digitale machines en verbruikten minder band en werkten bovendien met cassettes wat veel handiger is dan losse spoelen. Een goed afgestelde BCN geeft een enorm mooi plaatje! Het zit m nu in dat afstellen, dat is een continuetaak. De machine heeft een enorme hoeveelheid instelmogelijkheden aan de voorzijde. Met een goede coloubar, vectorsoop en waveform monitor is afstellen geen punt. De BCN 41 is standaard uitgevoerd met deze onderdelen terwijl de BCN 40 alleen "kaal" was.
Als een BCN "bezig" is met spoelen dan bekruipt je het gevoel dat hij bijna gaat opstijgen. Het is uit ten boze om tijdens het spoelen de direct aangedreven open reals met je handen tegen te houden. Het zou zo maar eens kunnen zijn dat je een per ongeluk stuk van je vinger gaat missen.
Een BCN oogt als een Mercedes, degelijk, betrouwbaar maar duur. Dat was hij dan ook, gemiddeld 150.000,= gulden
De machine is erg onderhoudsvriendelijk uitgevoerd. De units zijn modulair en kunnen tijds het spelen uit de machine worden getrokken. De desbetreffende functie vervangt dan.
De units zijn ook weer onderverdeeld in losse printen, alle chips zitten op voetjes van goede kwaliteit. Elke unit heeft zijn eigen voedingprint met gelijkstroom stabilisatoren. Aan de voorzijde van een rack is het mogelijk om de correcte werking van de voeding te meten, er zijn diverse meetpunten. Meestal zijn de covers aan de voorzijde van de BCN niet meer bij de machine. Zonder deze covers is het veel handiger om de machine af te stellen.
Gedurende korte tijdnis er ook een long-play BCN gemaakt, deze had de dubbele speelduur 188 minuten. De levensduur van de videokoppen werd daarmee wel gehalveerd. De long play versie is nooit een succes geweest.
Een BCN heeft heel herkenbare trackingfouten. Binnenkort een afbeelding daarvan.
De levensduur van de videokoppen is overigens nog te verlengen door GEEN gebruik te maken van de Chroomdioxide banden. De levensduur is beduided beter als er High energy tapes gebruikt worden. Bij CrO2 banden wordt de scanner en koppen eigenlijk continu gepolijst.
In 1982 heeft het NOB besloten de vier koppige AMPEX machines uit te faseren en over te gaan op de BCN's van Bosch/Philips. Het Digitale Betacam systeem is nog steeds de standaard. Er zijn wel 2 varianen bij gekomen: Betacam SX en Betacam IMG. Er zijn spelers die alle betacam varianten afspelen kunnen (SP, DIgi, SX en IMG).
Specs B-format/B-formaat:
PAL 625/50Hz NTSC 525/60Hz Aantal segmenten 6 5 Lijnen per segment 52,5 52,5 Video spoor hoek 14.4 Gr. 14.4 Gr. Video spoor lengte 84 mm 84 mm 3,47 inch Tape "wrap" 190 Gr. Omega 190 Gr. Omega Bandverbruik 875 m/h 875 m/h 2890 ft/h Tape Snelheid 24,3 cm/sec 24,3 cm/sec 2890 ft/h Max opnametijd 98 min 98 min Shuttle speed 30 x normaal 30 x normaal Reel diameter 10,5 inch 10,5 inch Koppen HP ferriet 1000 uur HP ferriet 1000 uur Bandbreedte 5,5 MHz. 5,0 MHz. Signaal/ruis verh. >43 dD >47dB Audio 1,2 en 3 40 - 14000 Hz. (1kHz) 40 - 14000 Hz. (1kHz) BCN 40 67 kg 67 kg BCN 50 107 kg 107 kg BCN 50+ options 245 kg 245 kg
Er zijn verschillende BCN's gemaakt:
BCN 40 basis
BCN 41 basis met rack
BCN 51 basis
BCN 52 basis met rack
Ook portables:
BCN 20
BCN 30
De portables waren eigenlijk té zwaar om door één persoon te laten tillen
De BCN 20
BCN40
De BCN 40 de voorkant. Een must als je van knopjes houdt!
Vrijwel elke BCN, m.u.v. de portables, bestaat uit losse units die elk een specifieke functie hebben.
Zo is het videodeck altijd de bovenste. De unit daaronder is de controle unit voor de motoren en besturing.De unit daaronder is de Timebase corrector.
De onderste unit zou de slomo unit kunnen zijn.
Elke unit bestaat uit losse printen die in een connector zijn gestoken. De units/printen kunnen tijdens het gebruik worden verwisseld, de betreffende functie verdwijnt dan.
De portable BCN's, 20 en 30, stonden niet bekend om hun betrouwbaarheid. Op deze modellen kon alleen de kleine open reals worden gebruikt waarna montage op de grote jongens plaatsvond. De video output van een BCN 20 en 30 kan gebruikt worden als previeuw, er komt geen bruikbaar kleursignaal uit.
BCN heeft tot 1992/1993 dienst gedaan jij het NOB en is daarna opgevolgd door de Digitale Betacam van Sony.
AMPEX:
Ampex heeft begin jaren 80 ook het M formaat in het assortiment gehad. Bovenstaande machines zijn eigenlijk gewoon van Panasonic.
M-formaat (ook wel ten onrechte M1 genoemd) is min of meer de voorloper van de MII en is kwalitatief vergelijkbaar met Betacam (niet Betacam SP). Beeld en kleurinformatie worden gescheiden op een band gezet.
Het M formaat is ontwikkend door Panasonic en de NHK (de nationale omroep maatsschappij van japan). De achterliggende gedachte was dat elke reporter op de hoek van de straat een band moest kunnen kopen. In deze machine gaat dan ook een gewone VHS band. De snelheid is 4x van dat van een gewone VHS recorder. De opanmen zijn NIET uitwisselbaar en juist daarom zijn veel banden met M (of M1) informatie verloren gegaan. De gebruiker dacht dat het een VHS band was en constateerde dat de band leeg was terwijl er eigenlijk M beeld op stond.
Ampex heeft naast de M formaat ook andere formaten gehad.
2" vierkops machines
1" A-formaat (voorloper van de C-formaat)
1" C-formaat (erg populair in de USA)
Digitale beeldsystemen
De voorkant van de AVC 40 zowel gesloten als open.
Een Ampex VPR 80 zonder TBC
Ampex was eigenlijk de uitvinder van het "beeld op band". Dit merk heeft een grote rol gespeeld in de ontwikkeling van de video. De engineers hebben jaren besteed aan een ontwerp waar vandaag eigenlijk nog niet van afgeweken wordt (de basis).
Het Ampex team trots (en terecht) bij hun eerste werkende apparaat in 1956, de AV1000.
Funai/Audiosonic/Technicolour/Grundig:
Deze 3 merken hebben aan het einde van de 80-er jaren een portable sytseem op de markt gebracht onder de naam CVC. Compact Video Cassette.
De opnamen warenin kleur en vergelijkbaar met VHS, de kwaliteit van de opnamen is vandaag vaak nog verassend goed. Het werd ook wel het technicolour System genoemd.
Al snel bleek dat het systeem achterhaald werd door het Video8 systeem van Sony in 1984. Grundig noemde de machine VP100.
Loewe:Het duitse Loewe heeft ook aan de videorace meegedaan met de Optacord 600 eind jaren 60.
Telefunken:
Ook zij waren van de partij. De TV kon kleur weergeven, de videorecorder zwart/wit.
![]()
Merk onbekend:
Fisher (Betamax recoders)
Grundig, zie Philips
Luxor, maakt gebruik van een OEM N1700 van Philips, zie Philips
Hitachi, heeft volgens mij alleen VHS gemaakt.Shibaden:
![]()
Deze videorecoder van Shibaden werkt met losse spoelen, net zoals de Sony's uit de periode 60 en 70. De recorders zijn vaak in ziekenhuizen gebruikt. De tapes waren van een betere kwaliteit dan de Sony's wat afspelen van oude opnamen makkelijker maakt.
Deze voldoen NIET aan de EAIJ standaard.
Een duo opstelling van Shibaden recorders.
Sanyo:
Sanyo's V-Cord (B&W) and V-Cord II (Colour) used cartridges vaguely reminiscent of 8-track tapes.
The first format was limited to 20 minutes of recording times, while V-Cord II had bigger aspirations.
This was the first video format to offer two speeds-- [quality and economy]-- as well as freeze-frame
and slow-motion. The Cords [failed] because of mechanical unreliability and lack of interest from other manufacturers.
Sanyo heeft in 1984 een Betamax geproduceerd met een opvallen detail. Als de recorder ging spoelen dan reeg de
band terug in de cassette, ALLE anderemerken heilden het op Sony's U-loading systeem.
Op dit plaatje is een voorstelling te zien van een Ampex "consumer" video. De hele installatie is enorm, maar opnemen en afspelen kon in beeld en geluid! Je kon zelfs je eigen homevideo's in zwart/wit maken. (1963)
Bij sportuitzendingen werden sommige fagmenten direct herhaald. Dit was mogelijk met bovenstaande machine die de laatste minuten van de uitzending op een vaste schijf vastlegde. Met de afstandsbediening kon bij bijv. voetbalwedstrijden de laatste goal in slow motion worden herhaald. Een uniek apparaat, hoe kom ik er aan?
Selectavision cassette videorecorder:
Afbeelding uit 1973, verdere informatie is mij niet bekend.